Samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven

Een samenwerkingsverband tussen de diverse onderwijsinstellingen in de keten en het bedrijfsleven is een belangrijk gegeven en voorwaarde in de ontwikkeling en uitvoering van het Bèta Challenge concept. Belangrijke onderwijspartners bevinden zich in de onderwijsketen van primair-, voorgezet-, middelbaar- en hoger onderwijs. Daarnaast zijn ook sectororganisaties, brancheorganisaties en het bedrijfsleven zeer van belang.

 

Het Primair Onderwijs

We zetten in op de geleidelijke ontwikkeling van een doorlopende leerroute met een betere en pragmatische aansluiting, middels een kennismakingsprogramma met het Bèta Challenge concept voor basisschool leerlingen op de VO school.

Het Middelbaar Beroepsonderwijs

Het middelbaar beroepsonderwijs is één van de belangrijkste samenwerkingspartners. Door de aansluiting tussen het vo en mbo komt een (verkorte / verbrede / verdiepende) leerroute tot stand. Onderwijsprogramma’s worden op elkaar afgestemd en, waar mogelijk, in elkaar geschoven.

Het Hoger Beroepsonderwijs

Door het laten ontstaan van een doorlopende leerroute met een (nog) betere pragmatische aansluiting kan een verkorte leerroute ontstaan. Belangrijke aandachtspunten in het hoger onderwijs zijn een passende vervolgopleiding, vervullen van passende stages, verkrijgen en/of verzorgen van gastlessen, het leveren van projectbegeleiding door studenten.

Sectororganisaties

Op landelijk niveau is er contact met strategische partners; Platform Bèta Techniek, de VO-raad, de MBO-raad en de Stichting Technasium. Deze organisaties treden op als critical friend en ondersteunen het consortium in de verdere ontwikkeling van het concept.

Bedrijvenpartners

Het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen spelen een belangrijke rol in het Bèta Challenge programma, en leveren de volgende bijdragen:

  1. Zij voorzien het Bèta Challenge programma van passende, bedrijfsgebonden vraagstukken c.q. probleemstellingen;
  2. Zij verzorgen gastlessen, bedrijfsbezoeken en gesprekken met beroepsbeoefenaars;
  3. Zij beoordelen (mede) de resultaten van de leerlingen;
  4. Zij stellen de leerlingen in staat de instelling c.q. het bedrijf te bezoeken en kennis te nemen van de technologische toepassingen in het bedrijf, de maatschappelijke waarde daarvan en de economische betekenis in de regio. De leerlingen interviewen de werknemers en reflecteren daarop.